14 september 2026
Stel altijd vragen, en schrijf ze op
Vandaag gaf ik als oud-student een lezing bij mijn oude opleiding. Vanaf de voorkant van een zaal zie je meer dan je denkt. Ik zag studenten die hun aantekeningen alleen maar op hun telefoon maakten. Als ze al aantekeningen maakten.
Stel altijd vragen
Een van de andere oud-studenten die die dag sprak, gaf de zaal één advies mee: stel altijd vragen. Als je niet nadenkt over een vraag om te stellen, dan let je ook niet goed op. Vragen stellen dwingt je tot kritisch nadenken, en die kritische houding is wat we nodig hebben.
Ik vond het de beste zin van de dag, omdat hij klopt met wat er in je hoofd gebeurt. Om een vraag te kunnen stellen moet je het verhaal volgen, het naast wat je al weet leggen, en zien waar het wringt.
Daar is ook onderzoek naar. Rosenshine, Meister en Chapman zetten in 1996 de studies op een rij waarin leerlingen leerden om zelf vragen te bedenken over de stof. Hun begrip ging daar duidelijk op vooruit. Die studies gingen over het lezen van teksten, dus voor een college is het een vertaalslag. Het mechanisme is hetzelfde: wie een vraag wil formuleren, moet eerst begrijpen wat er gezegd is.
Hoeveel je onthoudt zonder aantekeningen
Je denkt dat je onthoudt wat er bij een lezing of een college verteld wordt. Dat is niet zo.
Einstein, Morris en Smith onderzochten in 1985 wat studenten na een college nog wisten. Van de ideeën die in hun aantekeningen stonden, kwam 44 procent terug. Van wat er niet in stond, 6 procent.
Daar komt bij dat aantekeningen bijna altijd onvolledig zijn. Kiewra en collega's schrijven in een overzicht uit 2018 dat studenten gemiddeld een derde van de belangrijke informatie uit een les opschrijven. Hoe vollediger de aantekeningen, hoe beter de resultaten.
Het venijnige is dat je het verlies niet voelt. Glass en Kang onderzochten in 2019 wat verdeelde aandacht in een collegezaal kost. Studenten mochten in de helft van de colleges hun telefoon en laptop gebruiken. Tijdens het college begrepen ze de stof even goed, dat bleek uit vragen die ter plekke werden gesteld. Op de tentamens daarna scoorden ze slechter op de stof uit die colleges. Dat gold ook voor studenten die zelf niets gebruikten en alleen in een zaal zaten waar schermen openstonden.
Wegduiken achter een scherm
Een telefoon leidt per definitie te veel af. Dat komt door alles wat er naast je aantekeningen op staat: berichten, meldingen, en de app die je even wilt openen omdat de spreker een voorbeeld noemt.
Wie aantekeningen maakt op een telefoon, kijkt naar beneden, naar een apparaat dat op hetzelfde moment om aandacht vraagt. Je zit in de zaal, en je bent er half. Het moment waarop je een vraag had kunnen bedenken, is dan al voorbij.
Aan een vergadertafel werkt het net zo, daar schreef ik eerder over in Vergaderen zonder laptops op tafel. Hoe de telefoon ook buiten de collegezaal het werk van een notitieboek overnam, staat in Waarom je telefoon je notitieboek is geworden.
Wat een notitieboek eraan doet
Als je jezelf motiveert om altijd een notitieboekje mee te nemen, kun je altijd notities maken. Het ligt al open voordat het verhaal begint, en er staat niets anders in dan wat jij opschrijft. Tussen twee regels door kijk je op naar de spreker, en blijft je aandacht in de zaal.
Bullet journaling en notities maken helpen daarbij, omdat je met een paar vaste tekens werkt. Een regel met een streepje is een gedachte of iets wat je leert. Een eigen teken in de kantlijn, bijvoorbeeld een vraagteken, is een vraag die je nog wilt stellen. Aan het eind van een lezing zie je dan in één blik welke vragen er liggen.
Hoe je het aanpakt tijdens een college of lezing
Stop je telefoon voor het begin in je tas, met het geluid uit. Dan hoef je er tijdens het verhaal niet tegen te vechten.
Schrijf bovenaan de bladzijde de titel van het verhaal en de datum. Noteer daarna per onderdeel een paar kernwoorden. Volzinnen kosten te veel aandacht.
Schrijf per onderdeel één vraag op. Dat is het advies van die oud-student, in een vorm die je volhoudt. Stel aan het eind minstens één van die vragen.
Lees je aantekeningen dezelfde dag nog even terug. Wat je nog wilt uitzoeken, zet je als actie in je daglog, zodat het niet in de kantlijn van een college blijft staan.
Waar het misgaat
Het gaat mis als je alles letterlijk wilt opschrijven. Dan ben je aan het notuleren en luister je niet meer.
Ligt het notitieboek thuis, dan pak je toch de telefoon, en zit je weer in het rijtje van hierboven.
En blijven de vragen in het boek staan, dan mis je de helft. Een opgeschreven vraag houdt je aandacht scherp. Een gestelde vraag levert je ook nog een antwoord op.
Zelf proberen
Voor studenten van NHL Stenden geef ik eind november en begin december twee middagen over bullet journaling naast je studie. Die staan op de agenda. Voor docententeams die dit met hun studenten willen aanpakken, is er de workshop voor onderwijsteams.
Bronnen
- Einstein, G. O., Morris, J. & Smith, S. (1985). Note-taking, individual differences, and memory for lecture information. Journal of Educational Psychology, 77, 522–532.
- Glass, A. L. & Kang, M. (2019). Dividing attention in the classroom reduces exam performance. Educational Psychology, 39(3), 395–408.
- Kiewra, K. A., Colliot, T. & Lu, J. (2018). Note This: How to Improve Student Note Taking. IDEA Paper 73, IDEA Center.
- Rosenshine, B., Meister, C. & Chapman, S. (1996). Teaching students to generate questions: A review of the intervention studies. Review of Educational Research, 66(2), 181–221.
- Williams, R. L. & Eggert, A. C. (2002). Notetaking in college classes: Student patterns and instructional strategies. The Journal of General Education, 51(3).